5 belangrijke dingen die ik (bijna 40) leerde van mijn fouten

Nu Anne de veertig met rasse schreden nadert, blikt ze weemoedig terug op haar jongere jaren (ze is nogal melancholisch van aard). Het waren mooie tijden, maar ze heeft ook een paar onvermijdelijke fikse fouten gemaakt. Dit leerde ze ervan.

1: Te perfectionistisch
O, wat was ik vroeger bang om fouten te maken. Kreeg ik van een chef (opbouwend) commentaar op een artikel, dan lag ik daar de hele nacht van wakker. Ik vreesde elk moment ‘door de mand te vallen’ als iemand die eigenlijk niets kon. Ook in mijn privéleven legde ik de lat hoog. Ik was op elk feestje, nooit zegde ik een verjaardag af. Deze drang naar perfectie leidde ertoe dat ik op mijn 27ste snikkend en hyperventilerend op de bank zat: hartstikke overspannen. Ik leerde in deze periode dat de boog helemaal niet altijd gespannen hoeft te zijn. Goed is goed genoeg, perfectie is saai. Man, wat was dat een opluchting toen dit kwartje eindelijk viel.

2: Mijn haar
Ik heb twee grote fouten met mijn haar gemaakt. Allereerst was daar mijn blondspray-verslaving toen ik 17 was. Mijn mooie, krullende haar werd eerst kanariegeel – leerde ik van oude foto’s, zelf zag ik dat toen niet, o jeugdige overmoed – en daarna brak het af. Zo’n zes jaar later liet ik mijn haar in een ‘hip’ kapsel knippen met zo’n schuine lok opzij. Dat kon bij mij helemaal niet, want ik heb een kruin midden in mijn pony. Dus ik had altijd een gek ‘gat’ in die lok. Anyhow: ik heb dik vijf jaar met deze coupe rondgelopen. Why?!

3: Niet loslaten
Het kostte me altijd de grootste moeite om gebeurtenissen die ik moeilijk vond of die mij gekwetst hadden achter me te laten. Ik bleef maar over dingen malen, zoals de scheiding van mijn ouders. Waarom ging mijn vader zomaar weg, waarom maakte mijn moeder daarna niet betere keuzes voor zichzelf en haar kinderen? Het niet loslaten van oude bagage maakte mij geen leuker mens (lees: een tikkie verbitterd en boos). Het kostte de nodige therapiesessies plus simpelweg zelf volwassen en moeder worden, om in te zien dat mijn ouders ook maar mensen zijn. Dat iedereen roeit met de riemen die hij heeft en dat dingen loslaten je zoveel meer licht, lucht en ruimte geeft. Let it gooooooo!

4: Foute mensen
Maar al te vaak stopte ik tijd en energie in mensen die dat eigenlijk niet zo verdienden en die mij weinig teruggaven. Dat praatte ik altijd goed, want ‘ik kende persoon X al zo lang’ en ‘ach, ze bedoelt het niet zo’. Ik leerde meer voor mezelf te kiezen en mijn verwachtingen bij te stellen. En zo hield ik uiteindelijk de mensen over met wie ik nog altijd goed bevriend ben. Dat zijn er misschien minder dan voorheen geworden, maar het zijn wel de personen die ook voor mij klaarstaan.

5: Altijd haast
Als twintiger had ik in mijn hoofd een eindeloze ‘to do list’. Ik móest vooral vanalles van mezelf (reizen, in Amsterdam wonen, veel uitgaan, altijd grappig & gevat zijn) en sjeesde overal doorheen. Ook de leuke dingen raffelde ik af, want: ik moest weer door. Door mijn break-down (zie punt 1) trapte ik op de rem. Nog steeds vind ik het soms moeilijk om de tijd te nemen voor dingen – in mijn hoofd raast het altijd door – en vind ik het lastig om in het hier en nu te blijven, maar daar doe ik tegenwoordig wel meer mijn best voor. Namasté, je weet wel.

Lees ook: 40 dingen die je denkt als je 40 wordt

Geschreven door