Trouwen, maar niet samenwonen: I love it!

Na achttien jaar relatie wonen Cathelijne en Benjamin nog steeds niet onder één dak. Inmiddels zijn ze getrouwd, maar samenwonen zit niet in de planning. ‘Misschien is het wel dé formule om na zo veel jaren nog steeds verliefd te zijn.’

Lees ook: 10 voordelen van een lat-relatie

Mijn man en ik zijn sinds maart 2000 bij elkaar. We zijn allebei zzp’er, hebben een druk leven en geen kinderen. Een echte kinderwens hadden we niet, dus genieten we van onze tijd samen door veel te reizen, met onze vrienden te hangen en uit eten te gaan zo vaak we kunnen. Die hang naar vrijheid heb ik altijd gehad. Als dingen een routine of eentonig worden, dan haak ik af. Een vaste baan heb ik geprobeerd, maar is niet echt iets voor mij. Iets dat me soms in de weg kan staan (onzekerheid over voldoende werk en geld, help!), maar mijn leven ook gevarieerd maakt. Niet altijd voor de gemakkelijke weg kiezen houdt mij scherp.

Ik heb twee keer samengewoond in een kleine appartement. Dat samenhokken gebeurde eigenlijk heel natuurlijk. Mijn vriend zei na een paar maanden relatie zijn huur op en trok met z’n spullen bij me in. Ik dacht er niet te veel over na. Iedereen deed dat, denk ik, in de roes van verliefdheid waarin je zo veel mogelijk samen wilt zijn. Maar na een jaar begon het al te jeuken. Het huishouden, koken en de boodschappen kwamen op mijn nek, mijn vriend stak geen poot uit. Het huis werd al snel een zooitje en de ruzies er over waren meer regel dan uitzondering. Ik had geen ruimte voor mezelf; niet in het huis maar ook niet in bed. Ons seksleven werd een sleur en ik begon me aan de kleinste dingen te ergeren. Zijn schoenen slingerend in de kamer, de wc-bril die altijd omhoog stond, het gehang voor de tv, zijn slechte muzieksmaak: mijn eigen huis werd een plek waar ik niet meer wilde zijn.

Voordat ik mijn huidige man ontmoette was ik van het samenwonen genezen. Gelukkig dacht hij er net zo over. Benjamin had ook niet al te beste samenwoon-ervaringen, van hem hoefde het ook niet zo nodig. Daarbij is hij door zijn beroep ’s avonds veel weg en komt hij pas thuis als ik al lang in bed lig. Na zes jaar verkering zijn we getrouwd. Als eersten checkten we of we dan verplicht waren om samen op één adres te wonen. Gelukkig was dat niet zo en hebben we na achttien jaar ieder nog steeds ons eigen huis in twee verschillende steden. In zijn woning liggen mijn tandenborstel, lenzenvloeistof, wat onderbroeken en that’s it. Soms onhandig als je nét die ene jurk aan wilt die dan in mijn eigen huis hangt. En natuurlijk zijn er meer nadelen. Als je elkaar een lange tijd niet hebt gezien is het altijd weer even aftasten. Dan loop ik foeterend zijn spullen op te ruimen en moet wennen aan het idee dat er weer iemand in mijn huis rondloopt. Maar verder zie ik alleen maar voordelen. 

Vaak reageren mensen verbaasd als we zeggen dat we getrouwd zijn maar niet onder één dak leven. Het is nog steeds niet helemaal ‘normaal’. Maar samenwonen kan altijd nog, misschien doen we het wel pas als we met pensioen gaan. Nu zit ik heerlijk in mijn eigen huis tussen mijn eigen troep, op mijn eigen bank en slaap ik diagonaal in mijn eigen bed. Ik bepaal mijn eigen tempo en hoef me niet te ergeren aan andermans rommel. Voor de grap vraag ik mijn man wanneer hij weer ‘op bezoek komt.’ Dan koken we, plannen iets leuks of hangen languit de hele avond voor de buis. Als we afspreken in een restaurant voelt dat als een echte date. Dan kleden we ons voor elkaar leuk aan en hebben veel gesprekstof. Misschien is dit wel dé formule om na zo veel jaren nog steeds verliefd te zijn, zoals ik.

Lees ook: 5 redenen waarom apart slapen goed kan zijn voor je relatie

 

 

Geschreven door