Waarom ik zo lang over mijn aankleedritueel doe

Mannen hebben er een grove hekel aan als vrouwen er uren over doen om zich aan te kleden. Ik ben bereid veel aan te passen in mijn leven, maar sommige dingen moeten blijven zoals ze zijn. En in dit geval claim ik mijn aankleedtijd. Dat zit zo.

Ooit had ik namelijk een burnout. En net voordat ik doorhad dat ik op de route naar die crash zat, openbaarde zich dat met vage klachten. Vermoeidheid was daar een van. Maar een ander symptoom was: ik kon me niet meer aankleden. Elke ochtend als ik uit de douche kwam en naar mijn kledingkast liep, speelde zich vrijwel hetzelfde scenario af. Ik stond voor mijn garderobe en bedacht allerlei kledingcombinaties, die ik vervolgens uitprobeerde. So far nothing new in het vrouwenrijk. Maar het enige was dat niets, maar dan ook niets uiteindelijk goed genoeg bleek om de deur in uit te gaan. De lat lag onmetelijk hoog: ik moest hip zijn, met een je-ne-sais-quoi-uitstraling, mijn kleding moest van hoge kwaliteit zijn of er in elk geval zo uitzien. Bovendien moest en zou het de laatste mode zijn, want dat hoorde helemaal bij mijn hippe baan, vond ik. Mijn hele aankleedproces duurde daarom vaak letterlijk een uur. Ook omdat ik mijn kleding van de hangers trok, er een grote bende van maakte en dat vervolgens weer moest opruimen. Opgefokt en gestresst huilde ik dan alles bij elkaar om vijf minuten voor vertrek dan maar íets te kiezen en me de rest van de dag ellendig te voelen, omdat ik mijn kleren extreem stom vond. Dit ging zo weken door, tot ik op een gegeven moment hyperventilerend op de grond zat. Zo kon het niet langer.

Tegenwoordig duurt mijn ochtendritueel net zo lang als voorheen. Met het grote verschil dat ik nu ’s ochtends niet meer huil, hyperventileer of wanhopig ben. Want het was pas later dat ik begreep waar deze ochtendsituatie allemaal mee te maken had. Buiten dat ik véél te kritisch was op mezelf – een perfectionist, die vond dat ze er op en top uit moest zien, elke dag weer – was het belangrijkste: zelfliefde. En daar schort het bij mensen met een burnout vaak aan. Ze willen voldoen aan allerlei (door hen) opgelegde regels en kunnen er niet mee omgaan als ze dat niet lukt.

Maar wat misschien nóg belangrijker was: ik leefde veel te veel in mijn hoofd, in plaats van met mijn gevoel. Elke keer als ik naar mijn kast ging, ‘bedacht’ ik namelijk wat ik zou kunnen dragen. En daar waren honderdduizend mogelijkheden voor. Maar wat ik volledig was vergeten, was waar ik behóefte aan had. Een slobbertrui, omdat ik die dag vermoeider was dan normaal? Of juist hakken, omdat ik me juist licht en vrouwelijk voelde? En als ik dit al bij mijn kledingkeuzes deed, wat deed ik dan met al die andere beslissingen in mijn leven?

Tegenwoordig claim ik, middenin die hele ochtendhectiek van het gezin, daarom juist mijn tijd. En sta ik elke dag stil bij hoe ik mij die ochtend voel. Ben ik blij of juist een beetje sip? Heb ik veel energie of had ik nog uren kunnen slapen? En voelt het goed om een rok aan te hebben of toch liever een broek? Mijn levensles was dat ik moest leren dat ik goed genoeg ben zoals ik ben. Of ik nu een vuilniszak aan zou trekken, of niet. Zolang ik maar naar mijn gevoel luister. En zo zette ik mijn ochtendritueel van iets waar ik gek van werd om tot iets waar ik blij van werd. Want ik heb me voorgenomen me nooit meer slecht te voelen om wat ik (niet) aan heb.

Lees ook: Wat ik deed toen ik randje burnout zat (en het werkte!)

Geschreven door