Waarom kleuren therapeutisch is (en je het zeker moet proberen!)

Sara Luijters groeide op met de opvatting dat kleuren fantasieloos, hersendood getut binnen de lijntjes is, maar dat idee is inmiddels zwaar achterhaald. Kleuren is juist heel mindful. En therapeutisch.

Ik groeide op in de jaren zeventig zonder plastic speelgoed, maar met Caran D’ache kleurpotloden, waterverf, tekenpapier, grote hompen vochtige bruine of grijze klei in de kelder (die heel lekker rook maar waar je extreem droge handen van kreeg), inkt en ecoline. En natuurlijk overal boeken. Ik had welgeteld 1 kapotte barbie, niet die van Mattel maar een inferieure Cindy (een afdankertje gekregen van een vriendin die medelijden met mij had) en twee playmobilpoppetjes voor in het door mijn opa getimmerde houten poppenhuis. Waar luciferdoosjes met watten dienst deden als bedjes voor afwezige poppenhuisbewoners.

Houten stelten had ik ook en ijzeren rolschaatsen met veters, voor over mijn kaplaarzen. Jaloers keek ik naar al het glimmende plastic bij vriendinnetjes thuis: make-up poppen, Barbiepaleizen met paarden en , campers en auto’s, bakken vol met Playmobil en Lego, blauw-gele rollerskates. Ik speelde het liefste bij vriendinnen thuis. Wat ik ook graag deed bij anderen was aan tafel zitten en kleuren. Kleuren was echt uit den boze bij ons thuis. Fantasieloos, hersendood getut binnen de lijntjes, vonden mijn ouders. Kleurboeken kwamen er dan ook niet in en dus bevredigde ik mijn kleur behoefte door de illustraties in mijn kinderboeken zo netjes mogelijk in te kleuren.

Sinds een paar jaar is kleuren opeens een hype, de boekhandels liggen vol met kleurboeken voor volwassen en kinderen moeten hun stiften en potloden verstoppen voor hun ouders. Een uurtje kleuren is namelijk extreem mindful, te vergelijken met breien en haken, puzzelen, sudokoes oplossen, schilderen met Ravensburg en andere, tot voor kort, vrij duffe seniorenhobbies. Er gaat namelijk een meditatieve werking van uit. Juist omdat je bij kleuren niet na hoeft te denken en het zo ontzettend fantasieloos is, is het heel ontspannend -en dus goed- voor het brein. Het kan emotionele blokkades verhelpen, is daarom heel therapeutisch- en het kan zelfs helpen om creatiever te worden, lees ik in een blog. Wisten mijn ouders veel.  

Omdat dit mijn kans was om mijn kleurachterstand in te halen sloeg ik samen met mijn dochter aan het kleuren. Om even niet aan de uitgestelde belastingaangifte, de opkomende verbouwing en andere sores te hoeven denken. Helaas, ik heb geen talent voor kleuren (net zo min als voor breien, puzzelen en sudokoes oplossen). En al helemaal niet voor het inkleuren van grote vlakken, heel eventjes lijk ik het allemaal wel zen te gaan vinden, maar al ras neemt mijn ongeduld het zaakje over en begin ik als een idioot te krassen, om maar sneller klaar te zijn. Dat is wat die buiten de lijntjes kleuren opvoeding met mij heeft gedaan. 

Het summum van kleurboeken voor volwassenen is zojuist verschenen, het heet Color me Kanye, en is een kleurboek gewijd aan de superkrachten en talenten van de megalomane rapper Kanye West. Misschien geef ik het rustgevende kleuren toch nog een kansje, al zal ik bij het inkleuren van Kim Kardashian’s booty waarschijnlijk toch weer de neiging krijgen om te gaan krassen.

Geschreven door