Wensvader gezocht: afspraken maken over als het kind er straks is

Met z’n drieën een kindje grootbrengen, in twee huizen. Hoe pak je dat aan? Na maanden daten zijn Merel, Jochem en Selim er inmiddels wel achter dat ze elkaar leuk vinden. Nu de logistiek nog…

Jochem en Selim komen we weer bij me eten. Ze zien meteen wat voor beroerde gastvrouw ik ben, want eerst vergeet ik Selim zijn wijn te geven en na het eten doe ik er minuten over om me weer te herinneren dat Jochem thee wilde. Ai… Maar eigenlijk wel goed. Ze gaan veel irritantere eigenschappen van mij zien komende jaren.

Moeten we elkaar niet wat kritische vragen stellen?’ vraagt Selim.
‘Ja hoor, prima,’ zeg ik. Maar ik word opeens wel een beetje zenuwachtig.
‘Nou,’ zegt hij, ‘ik vraag me toch een beetje af…’ Hij pauzeert en trekt een moeilijk gezicht. Dan steekt hij zijn tong uit. ‘Nee grapje. Ik bedacht dat het misschien handig is om wat logistieke zaken te bespreken. Over de verdeling, de financiën, enzovoort. Want nu hebben we het eigenlijk alleen maar heel gezellig de hele tijd.’
‘Oja!’ roep ik opgelucht. ‘Natuurlijk.’
‘Ik hoorde trouwens zo’n eng verhaal laatst,’ zegt Jochem en hij vertelt over een kennis die samen met zijn man een kindje heeft met een lesbisch stel. De biologische moeder werd zo postnataal depressief dat ze de vaders allerlei verwijten ging maken en ze niet meer wilde dat het kindje daar heen ging. Terwijl ze elkaar al jaren kenden, goede vrienden waren. Door die vriendschap waren ze er altijd vanuit gegaan dat het wel goed zou lopen en hadden ze afspraken niet op papier vastgelegd. Nu stonden de papa’s met lege handen.
We zijn er stil van. Dan zegt Selim: ‘Hoe kunnen we dat voorkomen?’
‘Ja,’ mompel ik. ‘Hopen dat mijn hormonen niet zo met mij aan de haal gaan. En mocht dat wel zo zijn, dan huren we een coach in. En we gaan alles héél goed vastleggen.’

Ik open mijn laptop en zoek op ‘ouderschapsplan’. Ouderschapsplan na scheiding. Neen. Roze ouderschapsplan. Bingo. Ik kopieer wat punten in een documentje. En dan begint het, het Grote Brainstormen en Onderhandelen. Doordat Jochem op vrijdag vrij is kunnen we al snel bepalen dat het kindje de eerste helft van de week bij mij zal zijn en de tweede helft bij hen. De fiftyfifty-regeling zal niet meteen ingaan, omdat ik de eerste maanden borstvoeding zal geven. De eerste periode logeren we geregeld bij elkaar, zodat iedereen met het kleintje kan bonden. Onze huizen zijn gelukkig niet al te ver uit elkaar, maar op den duur zal ik dichter bij hen in de buurt gaan wonen.
We hebben het over opvoedstijlen en komen erachter dat het best lastig is om te weten wat voor ouder je zult zijn. Want je plaatst jezelf toch vaak in het midden: niet te los en niet te streng, in principe consequent maar ook flexibel. Ik kan wel wat voorbeelden geven over mijn ervaringen met zusjes en oppaskindjes.
‘Ik denk dat ik de neiging zal hebben teveel vriendjes te willen zijn met mijn kinderen,’ zeg ik. ‘Ik hou niet van conflict.’
Jochem lacht en wijst naar zichzelf. ‘Same here.’
‘O ik hou erg van conflict,’ grapt Selim.
We roepen dat we het kind wel naar hem zullen sturen als het stout is.
We hebben het over onvoorwaardelijke steun en liefde. Over dat het niet om ons gaat, maar om het kind, altijd. Over de verantwoorde houten blokken waarmee ons kind alleen maar zal spelen. We lachen om onze naïeve idealisme, omdat we weten dat het in de realiteit helemaal niet zo zal gaan, maar het voelt toch fijn om onze intenties uit te spreken. Ik benadruk de drie-eenheid die we zijn. De belangrijke rol van Selim, als niet-biologische vader. Hij zal net zo goed papa zijn als Jochem.

De keren daarop hebben we het er weer over en wordt de dynamiek steeds pittiger. De eerste maanden logeren we dus geregeld bij elkaar, maar hoe gaan we de fiftyfifty-regeling precies opbouwen?
‘We kunnen afspreken dat het kind zeg na een maand in principe voor het eerst een middag met jullie alleen zal zijn,’ zeg ik, ‘en ook eens een nachtje?’
Ze kauwen op mijn vraag.
Selim: ‘Maar wat betekent ‘in principe’? Moeten we dat niet wat concreter maken?’
Ik knik. ‘Dat kan. Het voelt alleen zo willekeurig. Ik heb geen idee hoe we ons voelen als het kind er eenmaal is. We zullen flexibel moeten zijn.’
Selim: ‘Uiteraard. Maar ik merk dat ik bij ‘ in principe’ niet zo goed weet waar ik vanuit moet gaan. Wat als jij totaal hormonaal bent en het helemaal niet trekt om gescheiden te worden van de baby? Bij zes maanden niet, bij een jaar ook niet? Dan kunnen wij nergens op terugvallen.’
Ja, daar heeft hij helemaal gelijk in. Wat dan? Wellicht vind ik het op dag twee al meer dan prima dat ze de baby meenemen, maar misschien word ik na een jaar nog steeds helemaal gek. Voelt het alsof ik geamputeerd ben. We moeten genoeg houvast creëren, maar ook weer niet totaal geforceerd een schema afgaan.
Ik denk hardop. ‘Oké, misschien moeten we gewoon iets kiezen en daarbij wel altijd die flexibiliteit in gedachten houden. Wat als het kindje nou vanaf drie weken elke week een paar uurtjes met jullie op stap gaat? En vanaf drie maanden een nachtje bij jullie slaapt? En na zes maanden twee? Ik moet immers op een gegeven moment ook weer gaan werken. En dat we na negen maanden de langetermijnregeling in laten gaan?’ Het voelt als nattevingerwerk, als een soort van willekeurige keuzes. Maar ik snap hun behoefte aan duidelijkheid. Ik ben blij dat Selim zo direct is, de afspraken concreet wil maken. Met deze richtlijnen voel ik me eigenlijk ook beter dan met iets vagers. Dan weet ik waar ik me op kan voorbereiden. En afwijken kunnen we altijd, ook de andere kant op. Misschien vraag ik op dag drie wel of ze in godsnaam dat kind mee willen nemen. Ze vinden het goed klinken.

Grote keuzes, kleine keuzes. ‘De overdracht,’ typ ik. ‘Als het kindje van het ene huis naar het andere huis gaat, geven we een schriftje mee. Daarin schrijven we wat er de afgelopen dagen is gedaan en gebeurd met het kind.’
‘Wel een vrolijk schriftje, hè?’ zegt Selim. ‘Met van die reliëfstickers.’
Met reliëfstickers, tik ik. Het moet niet allemaal te serieus worden natuurlijk.

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.