Wensvader gezocht! It’s on: inseminatieronde numero uno!

Merel wil een baby. Ze heeft een heel leuk homostel gevonden waarmee ze een kindje wil gaan opvoeden. Na maandenlang daten om elkaar beter te leren kennen, is het zover: de eerste inseminatieronde.

Als ik tijdens de yogales in de laatste rustpose lig en naar de buitenaardse tonen luistert die uit de speakers klinken, leg ik mijn handen op mijn buik. Dit zijn de laatste weken dat ik gewoon Merel ben. De komende tijd zullen de maanden in het teken staan van zwanger worden. Van insemineren en wachten. Van of wél zwanger zijn of níet zwanger zijn. Voorheen waren maanden tijdsconstructies waarin ik mijn huur moest betalen en met mijn moeder uit eten ging. Vanaf nu gaat het om mijn cyclus.

Ik voel me voortgestuwd door iets vanzelfsprekends. Iets wat ik altijd heb geweten, iets wat absolute prioriteit heeft, iets waar geen onzekerheid of twijfel in zit. Een oergevoel. Laat ik me vaak leiden door verwachtingen, van mezelf of door (denkbeeldige) anderen, door angst voor falen, door perfectionisme, nu is de tijd als vanzelf voorbij gegaan. Beweeg ik als vanzelf door, leer Jochem en Selim steeds beter kennen, houd een grote opruiming in huis. Alle overbodige ballast moet weg, zonder dat ik daar voor mijn gevoel bewust voor kies. Het nest moet fris en licht, geaard en stabiel.

De laatste weken drink ik meer dan normaal, biets sigaretjes bij rokende vrienden, ik slik slaappillen en eet rauwe haring. Omdat het kan. Het voelt gek om dingen te plannen na die eerste inseminatie, alsof die dag mijn leven zoals het is ophoudt te bestaan.
En dan is het zover: de Eerste Dag. Na mijn koorrepetitie zit ik op de fiets richting de jongens. We hebben afgesproken dat Jochem het zo zal timen dat er een potje verse zaadjes klaar staat als ik aankom. Ik stuur ze een appje als ik hun straat in rijd: Ik ben er bijna, mag ik zo al aanbellen?
Ja hoor, stuurt Selim terug, hij is klaar!
HIHI! Ik stuur een opgestoken duimpje terug.
Jochem doet open met een lachje om zijn mond, ik verwacht eigenlijk dat hij er wat bezweet uit zal zien, maar dat is niet zo. Selim schenkt wat te drinken in, Jochem legt me de lichtopties in de slaapkamer uit (dat lampje is nogal fel, alleen met een kaars is weer wat duister, maar wel weer sfeervol). We staan nog wat te drentelen.
‘Oké, nu ophoepelen jullie,’ zeg ik. ‘Er is werk aan de winkel!’
Op bed ligt een handdoek, een klein potje dat in aluminiumfolie is gewikkeld, een spuitje en een opzetstukje. Ik steek het potje in mijn decolleté; op lichaamstemperatuur blijft sperma het langst goed. Ik hijs mijn legging en ondergoed naar beneden. De jurk is strategisch gekozen, zo kan ik straks enigszins decent de jongens binnen roepen. Onder de handdoek leg ik een kussen, waar ik met mijn billen op ga liggen. Dit is echt helemaal niet raar, zeg ik tegen mezelf, en geloof het bijna.

Op mijn telefoon check ik het document dat ik heb gemaakt met aanwijzingen, tips en trucs om een zo groot mogelijke kans op bevruchting te hebben. We hebben er al eens over gegrapt, maar het is echt waar: niet alleen de man moet klaarkomen, ook het vrouwelijk orgasme is functioneel, het helpt de zaadjes de goede kant op te sturen. Het is alleen wel even een logistiek gepuzzel: wanneer zuig ik het sperma in het spuitje, wanneer schuif ik het spuitje naar binnen en wanneer druk ik het leeg? Dat laatste zo dicht mogelijk op het orgasme. Hoe snel je het moet leegdrukken, daar verschillen de meningen over. Zo snel mogelijk, zegt de een, in drie tot vijf seconden, zegt de ander.
Oké, eerst maar even aan de slag met mezelf, dan gaat dat spuitje er zo ook makkelijker in. Ogen dicht, even proberen deze vreemde situatie te vergeten. Denk sexy, denk sexy. Het lukt wonderwaarlijk wel, en na een tijdje haal ik het potje uit mijn decolleté, draai het open, zet het spuitje erin en zuig voorzichtig het kwakje op. Ik trek het aluminiumfolie eraf om te zien of ik alles heb, geen druppel mag verloren gaan. Het opzetstukje erop en dan schuif ik het hele geval naar binnen. Moet ik het spuitje vasthouden, valt het er niet uit? Ik probeer heel hard om hier geen visuele voorstelling van te maken, ik met mijn billen op het kussen, een spuit die tussen m’n benen uit steekt. Dit is heel sexy, heel opwindend, heus niet totaal idioot en hilarisch.

Maar het ondenkbare gebeurt: het moment suprême dient zich aan, ik breng m’n hand naar het spuitje, concentreer me, daar is het orgasme en – hoppa! – ik druk het ding in een keer leeg. Meteen dat probleem opgelost: niks tellen tot drie of vijf, kan iemand tellen terwijl ‘ie klaarkomt?!
Gelukt! App ik de jongens.
De zaadjes zitten erin! Stuur ik mijn zusje. Ze belt meteen en roept aanmoedigingskreten terwijl de telefoon op m’n buik ligt: ‘Hup hup! Jullie kunnen het!’
Jochem en Selim komen thuis en steken voorzichtig hun hoofd de slaapkamer in. ‘Toch minder vreemd dan ik had gedacht,’ zegt Selim, ‘ een halfnaakte vrouw in ons bed.’
‘Maar ja, niet zomaar een vrouw hè,’ zeg ik, ‘een hele bevallige.’ Jochem lacht en geeft me een kus op mijn wang.
Selim maakt thee, ik loop met de handdoek tussen mijn benen geklemd de gang in en blijf bij de keuken staan.
‘Hoi.’
Hij kijkt naar de enorme handdoekbobbels die voor en achter door m’n jurk heen steken en schiet in de lach.

Zaterdag en maandag herhalen we het trucje bij mij thuis. Jochem komt langs en trekt zich terug in mijn slaapkamer, waarna ik de muziek in de woonkamer wat harder zet en verder werk. Maandag wordt er mid-wank aangebeld, mijn zusje staat voor de deur.
‘Sorry sorry ik ga even naar beneden lalalalalaaa,’  roep ik als ik de trap afren.
‘Oké,’ klinkt het droog uit de slaapkamer.
‘Jochem is nu bezig!’ roep ik tegen mijn zusje. Op het trapje voor mijn huis kletsen we even, totdat de deur opengaat en Jochem naar buiten stapt, alsof dit alles geheel normaal is.

En dan is het wachten…

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.