Aan de beste vriendin die ik niet meer elke dag zie. ‘De afstand is groter, maar het gevoel blijft hetzelfde’

Sanne en haar beste vriendin zagen elkaar vroeger elke dag, maar nu wonen ze in verschillende steden, en is elkaar zien ineens minder vanzelfsprekend. ‘Niks blijft uiteindelijk hetzelfde, hoe graag je het ook zou willen.’ 

Laatst keek ik foto’s terug van mijn middelbare schooltijd. Op bijna allemaal sta jij. Samen in de zomer op het strand, jij met de zonnebril die je toen áltijd ophad (met glazen in hartjesvorm) en onder de sproeten, en ik zoals altijd hoogblond en roodverbrand. Samen in de pauze op school, en in het dorpscafé waar we elke zaterdag naartoe gingen, verwilderde haren en rode koontjes van de drie glazen Canei die we hadden gedronken. We waren onafscheidelijk.

Ons vriendschap was zo onvoorwaardelijk en vanzelfsprekend. We woonden in dezelfde plaats, gingen naar dezelfde school, en zaten zelfs op dezelfde clubjes. We hoefden niet eens af te spreken om elkaar dagelijks te zien. Dat gebeurde gewoon. Pas achteraf realiseer ik me dat ik al die eindeloze middagen een weekenden dat we zaten te zappen, in de tuin chips lagen te eten of huiswerk maakten, eindig waren. Op dat moment leek het leven voor eeuwig zo te blijven.

Maar niks blijft uiteindelijk hetzelfde, hoe graag je het ook zou willen.

We gingen studeren, en kwamen in verschillende steden terecht. Hier bouwden we nieuwe levens op, met nieuwe vrienden. Ineens was het niet meer vanzelfsprekend dat we elkaar zagen. We moesten gaan ‘afspreken’ en ‘bijpraten’. En we zijn nog steeds close, en je bent nog steeds de eerste die ik bel, maar soms kan ik zo vurig terugverlangen naar vroeger. Toen we onaangekondigd bij elkaar binnen konden vallen, elk weekend bij elkaar logeerden en álles van elkaar wisten. Toen we nog geen werk hadden, geen relaties, geen verplichtingen. Toen ik er altijd ‘live’ bij was wanneer er iets gebeurde, en er niet achteraf over hoefde te horen.

Ik weet dat het logisch is, zo gaat het nou eenmaal als je ouder wordt. Maar soms baal ik zo dat ik je minder zie. Dat we een nieuw soort vriendschap hebben, die zeker niet minder sterk is, maar wel minder vanzelfsprekend. Dat ik niet binnen vijf minuten voor je neus sta als je me nodig hebt. Maar weet dat je altijd in mijn hoofd bent. Ik denk aan je als ik een fles Canei zie in de Albert Heijn, als er een nummer van R. Kelly wordt gedraaid of als iemand zegt dat ze naar Praag gaat. Ik ben dol op je, en hoe vaak we elkaar zien verandert daar niks aan.

En wie weet, misschien kopen we uiteindelijk ooit allebei een huis in dezelfde straat, of belanden we naast elkaar in het bejaardentehuis. Ik blijf hopen.

Lees ook: Vriendinnenverdriet: als het ‘uitgaat’ met een goede vriendin

Geschreven door