Als je een hypochonder bent (en Dr Google het alleen maar erger maakt)

Met de komst van internet werd Abby Sluijter (34) een hypochonder. Websites als ‘dokterdokter.nl’ of ‘gezondheidsplein’, verpesten haar enorm. Zeker, het is handig om op Google te zoeken waar bepaalde symptomen op kunnen duiden. Maar bij Abby komt er altijd het ergste uit. Bij haarzelf én bij anderen.

Laatst moest mijn moeder, die keer op keer blaasontsteking kreeg, wel blaaskanker hebben. Dat had ik bij elkaar gegoogeld. Zij liet zich door mij niet op de kast jagen met blaaskanker. Ikzelf kon er niet van slapen dat ze dat vermoedelijk had. Dat de klacht ook overganggerelateerd kon zijn, werd mij via internet helaas niet duidelijk.

Internet vertelt je lang niet alles, met een dokter kom je nog altijd veel verder. Dat werd me duidelijk toen ik bij mezelf kinkhoest diagnosticeerde. Al wekenlang was ik aan het hoesten, tot kotsen toe. Hoesten en overgeven, dat is onomstotelijk bewijs voor kinkhoest, las ik online. “Verminderde weerstand”, zei mijn dokter, nadat ze zorgvuldig had onderzocht. Natuurlijk twijfelde ik aan haar diagnose, want dat doen mensen met hypochondrie. Doodvermoeiend moet dat zijn voor al die artsen die jarenlang gestudeerd hebben om mensen die echt wat mankeren beter te maken. In plaats daarvan kampen ze met wachtkamers vol met hypochonders. Want hypochondrie: dat is nog eens een veel voorkomende aandoening! Honderdduizenden mensen in Nederland hebben hier last van. Hypochondrie is geen ziekte maar een angststoornis. We maken onszelf bang, en pillen om daar vanaf te komen zijn er helaas niet.

En waar zijn we nou precies zo bang voor? Hypochonders denken dat ze kanker hebben, een hartaandoeningen, een chronische ziekte of een dodelijke zoals ALS of aids. En ja, ik heb me weleens afgevraagd of ik de dodelijke spierziekte ALS te pakken had toen ik geregeld iets uit mijn handen liet vallen. En mijn huisarts verzoeken om een aids test komt mij ook bekend voor: aids zou weleens de oorzaak kunnen zijn voor al die vage symptomen. Wat blijkt keer op keer? Ik ben kerngezond. Maar in mijn hoofd blijven alle mogelijke ernstige aandoeningen hun ronde doen.

Dat komt doordat hypochonders last hebben van tunnelvisie. Ze zijn te sterk gericht op elk bultje, krampje, pijntje of ander ongemak. Wat ze niet beseffen is dat bultjes, pijntjes en krampjes ook onschuldig kunnen zijn. Gelukkig is Hypochondrie geen terminale aandoening. Als het je echt in je functioneren belemmert omdat het je hoofdpijn bezorgt of hyperventilatie, dan is cognitieve gedragstherapie iets wat goed kan werken. Ben je niet zo’n zwaar geval, dan helpt het om er op los te relativeren. Uiteindelijk sterven er meer mensen aan ouderdom dan aan kanker. Gelukkig kwam ik een heel goed recept tegen, wederom op internet, iets wat bijzonder goed werkt bij hypochonders. En dat recept luidt: The best cure for hypochondria is to forget about your body and get interested in someone else’s.

Lees ook: Altijd bang: DIT zijn de symptomen van een angststoornis

(Beeld: iStock)

Geschreven door