Iris’ 17-jarige dochter raakte depressief: “Ik zag het niet, dacht dat ze oververmoeid was”

Op Mynd vandaag Iris (50) die vertelt hoe ze haar dochter Marie (17) zag afglijden in een heel diep gat, waaruit ze niet meer zelf omhoog kon klimmen.

Lees ook: Eat, sleep, relax, repeat. 4 Goede gewoontes voor je geest

Marie heet ze, mijn jongste kind, ze is 17 jaar. Vorig jaar zakte ze ineens ver weg. Ze was prikkelbaar, leek weer volop in de puberteit waarvan ik dacht dat ze die nét achter zich had gelaten. Ze was hondsmoe, lamlendig en zwaarmoedig. Maar vooral was ze onbereikbaar. We hebben altijd een goede band gehad, maar nu wist ik niet hoe ik bij haar moest komen. Als ik haar naam noemde, keek ze me glazig aan. Ze stuurde me nooit zomaar meer een lief whatsapp-berichtje. Ze had nergens zin in; wilde eigenlijk alleen maar in bed hangen. En als ik vroeg: wat is er dan toch?! Kon ze niets uitbrengen, alleen maar huilen.

Mijn man ging na een paar weken met haar naar de huisarts, zo kon het niet langer. Voor onze huisarts was het duidelijk: Marie was depressief! Ik was verrast. Zo’n jong kind, depressief, hoe had dat kunnen gebeuren? Hoe had ik het kunnen missen? Als kleintje, eigenlijk tot ze een jaar of 13 was, was Marie een olijkerd. Op alle jeugdfoto’s staat ze lachend en geitend, altijd keet met haar in de buurt. Een kind om van te houden. En kind dat lief kan hebben met geestdrift, heel prachtig. Een kind ook dat explosief kon zijn; extreem in haar emoties. En dat alles wilde uitproberen. Als peuter probeerde ze aan auto’s te likken (weten hoe dat voelt) en at ze eens zeep (weten hoe dat smaakt). Een druktemaker, vooral verbaal enorm in de weer. Altijd, over alles en met iedereen. We wisten al vroeg dat Marie adhd had, maar er was geen reden om dat stempel officieel op haar te plakken. Ze deed het uitstekend op school en was geliefd.

Marie was ook empathisch, overgevoelig eigenlijk. Ze las veel en kon dan een tijdlang zo in de ban zijn van het verhaal. Als een vriendinnetje ruzie had, leefde ze niet alleen mee, maar ging ze ook mee in die strijd. Vooral over onrecht kon (kan trouwens) ze zich zo opwinden dat ze er zelf last van kreeg. Na de lagere school ging ze naar een tweejarige havo/vwo-brugklas. Het eerste jaar ging soepel, maar in het tweede jaar ging het mis. Eigenlijk is toen de ellende begonnen…Marie gedroeg zich niet in de klas, ze was impulsief. Zo hoorde ik van een van haar docenten dat ze eens een puinhoop veroorzaakte door zonder na te denken een flesje Typex door de klas te smijten, terwijl het dopje er niet goed opzat…
Maar er was meer aan de hand: ze haalde slechte cijfers, bleek te verzuimen, kon zich niet concentreren en toonde zich een weinig-betrokken leerling. Ze werd van school gestuurd. Bovendien kreeg ze een dwingend vmbo-advies mee. Dat betekende dat ze naar een andere scholengemeenschap moest. Het was een regelrechte nachtmerrie voor Marie. Ze had het erg naar haar zin op de school en er in anderhalf jaar tijd een hechte vriendinnenclub opgebouwd. Die meisjes zou ze nu niet meer zien op school. Wekenlang huilde ze. Ze kon niet wennen op de nieuwe school, vond het er niet boeiend, de kinderen waren zo anders. Ik vond het zielig, vooral omdat ze zelf inmiddels had ingezien dat haar eigen gedrag dit drama had veroorzaakt.

De concentratieproblemen bleven. Wij klopten aan bij onze huisarts. Het leek haar verstandig om Marie toch te laten onderzoeken op adhd en dan een tijdje medicatie te geven, zodat ze wat rust zou hervinden. Dat traject was snel afgelegd. Een psychiater stelde vast dat ze inderdaad adhd had en schreef haar ritalin voor. Met het concentratievermogen ging het daarna veel beter, maar Marie klaagde dat ze somber werd van het medicijn. Had ik toen maar stappen ondernomen… Maar ik liet het gaan, ik dacht: ze raakt er wel aan gewend. En ik omarmde de uitstekende resultaten die ze weer behaalde op school. Marie haalde haar vmbo-diploma en mocht doorstromen naar de havo. Ze was blij, maar nooit meer zo blij als vroeger. Eigenlijk leek het net of alles aan haar gedempt was.

Midden vorig jaar ging het hard. Op school spijbelde ze veel, maar wist ze zich nog redelijk staande te houden. Ze ging ook gewoon over van havo 4 naar 5. Heel knap denk ik achteraf. Thuis echter gedroeg ze zich zeer onaangenaam. Ze klaagde dat ze zoveel geluiden hoorde in haar hoofd en dat ze verder eigenlijk niets aan geluid verdragen kon. Ze had overal last van. Ze deed niets (nauwelijks iets) aan school, ze ruimde haar kamer niet op, maakte haar bed niet op, smeet haar kleren van zich af, ze vond al het eten dat haar werd voorgezet niet lekker, ze was niet bereid de hond uit te laten of deed het met zichtbare tegenzin. Ze was somber en verdrietig, dag in, dag uit. Maar bovenal was ze moe. Marie was haar bed bijna niet uit te krijgen ’s ochtends. En als ze thuiskwam en aan tafel ging zitten, legde ze bijna standaard haar hoofd op de tafel, het was te zwaar of te vol. Na school kroop ze weer in bed. Ging ze een tijdje series kijken, maar vaak ook viel ze in slaap. Gevolg was dat ze ’s avonds de slaap niet meer kon vatten.

En zo gleed ze langzaam steeds verder van me weg. Er waren dagen dat ik bang was om naar mijn werk te vertrekken; Marie zou die dag veel en lang alleen zijn, ze zou toch niet… Ooit vroeg ik dat aan haar, of ze dacht dat zelfdoding een oplossing zou zijn. Maar ze wuifde me weg, wij konden geen gesprek meer met elkaar voeren. Doodeng was het, Marie was onbereikbaar geworden voor mij. Zielig was het ook, want ik zag het geworstel en het grote verdriet, maar ik kon niets voor haar betekenen. En hoe harder ik probeerde, hoe harder zij mij wegduwde. Het was om gek van te worden. Mijn man greep in. Hij besloot resoluut dat het zo niet verder kon en sleepte Marie mee naar de huisarts.

Na de huisarts, die wist dat het een depressie was, kwam de psycholoog. En, heel gelukkig, met haar had Marie een klik. Ze kreeg cognitieve gedragstherapie. En ze kreeg een natuurlijk slaapmiddel. En ze mocht beslist niet meer blowen… De sessies waren intensief, als ze thuiskwam nadien, kon ze geen pap meer zeggen. Mijn man en ik hoorden van Marie níets over wat besproken werd, blijkbaar moesten wij erg op afstand. Dat was prima, ze kon zoveel ruimte krijgen als nodig was. Het enige wat ze er ooit over zei, was dat de psycholoog had gezegd dat ze beter zou worden. Dat het écht weer goed zou komen. Ze was enorm opgelucht om dat te horen. Daar heb ik erg om moeten huilen, ze moet heel bang zijn geweest.

De maanden verstreken. En héél langzaam, eigenlijk pas sinds een paar weken, zie ik verbetering. Soms als ze met vriendinnen thuis is, zie ik weer die stralende lach. Ze krijgt meer energie en doet weer wat liever tegen ons, vraagt soms bijvoorbeeld ineens of ze iets voor me kan doen. Ze staat kwieker op en vraagt of we samen even zullen koffiedrinken in de stad of een tv-avondje zullen organiseren. Gisteren kreeg ik een whatsappje van haar: ‘Leuke avond hadden we gister hè?! Ik hou van jou’.

Stukje bij beetje zie ik het ‘oude’ Marietje terugkomen. Dat is een grote opluchting. Ik ben nog wel bang dat ze niet helemaal ongehavend uit deze strijd zal komen. Daarom trof het nieuws van vorige week me zo, dat er meer onderzoek komt naar depressies bij tieners en jonge vrouwen. En meer aandacht voor de signalen. Wat mij erg geholpen had, denk ik, is als het niet zo’n taboe zou zijn. Een paar maanden terug vertelde ik aan een kennis die ik vertrouwde wat ik ongeveer meemaakte met mijn dochter. Zij reageerde afstandelijk: “Oh, ik zou niet weten wat ik zou moeten doen, zwaarmoedigheid komt bij ons in het gezin niet voor.” Dat kan natuurlijk, maar empathie was ook wel fijn geweest, ze reageerde alsof ze er verder niets meer over wilde horen.

Ik had me bewuster moeten zijn van de kans dat Marie depressief zou kunnen raken: een puberend, experimenterend, overgevoelig kind met adhd… Ik leefde aan de risico’s voorbij denk ik. En ik zag een mooie, jonge meid die veel vriendinnen had en een gelukkig, liefdevol leven. Ik dacht dat ze oververmoeid was toen ik signalen begon op te vangen. En toen het er steeds meer werden, bleek ik niet in staat de depressie te duiden. Vooral, denk ik, omdat ik zó dicht bij mijn kind stond dat ik simpelweg het overzicht niet had om adequaat te reageren. Laten we daar maar veel over onderzoeken en praten en schrijven met z’n allen. Het is een zaak van levensbelang!

Lees ook: 16 dingen die niemand je verteld over antidepressiva

Geschreven door